Showing posts with label Brugge. Show all posts
Showing posts with label Brugge. Show all posts

Tuesday, 10 April 2018

Pourbus, huh?

Twee tentoonstellingen tegelijkertijd in Museum Gouda: een van een levende schilder die geen introductie nodig heeft, Henk Helmantel en een van een schilder die zo'n vijfhonderd jaar geleden leefde en onbekend is bij het grote publiek, Pieter Pourbus.

Over beide exposities verschijnen artikelen in kranten en tijdschriften en er worden colleges gegeven en rondleidingen. De ene werd geopend door Alexander Pechtold, rond de ander is een lezingencyclus en zijn nieuwe theorieƫn ontwikkeld.

Het is boeiend om te merken wat er gebeurt. Het publiek wist Helmantel meteen te vinden. Er komen mensen die echt fan zijn en ook in zijn boerderij in Groningen zijn geweest en in Gorssel, waar ook Moore het 50-jarig jubileum van de schilder viert. Ze kijken gefascineerd naar de breekbare eieren, de barstjes, de schaduwen en de doorzichtige bessen en glaswerk. Ze kunnen er geen genoeg van krijgen.

Bij Pourbus wordt het aantal bezoekers steeds groter. We zijn nu halverwege en de bezoekers zijn getipt door bekenden of ze hebben de recensies in NRC en -vandaag- in de Volkskrant gelezen: vier bollen! Een klein aantal mensen is kenner. Ze zijn in Brugge geweest of hebben een eerdere expositie gezien. De meeste mensen zijn verrast door de kwaliteit, het perspectief, de heldere compositie, de kleuren, de uitdrukkingen op de gezichten, de detaillering van het bont, kant en zilverdraad op de mouwen. Ze zijn benieuwd of Pourbus in Italiƫ was geweest (nee), of hij nu beroemde tijdgenoten kende of ontmoet heeft, zoals Erasmus, immers ook uit Gouda, Karel van Mander, de eerste Nederlandse kunsthistoricus, die ook over Pourbus schreef of Jeroen Bosch.

Pourbus schilderde bijvoorbeeld een ader op een voorhoofd, of, zoals hier, een litteken op de wang. Dit schilderij was te zien in het Mauritshuis

Pourbus leefde zo lang geleden, we weten niet eens met zekerheid zijn geboortejaar. Uit documenten in Brugge leiden we af dat het 1523 of 1524 geweest met zijn, maar op de lijst van een schilderij dat we in bruikleen hebben van het Rijksmuseum staat 1510 als geboortejaar. Nog maar een paar decennia eerder kwam Columbus in Amerika en rond 1500 maakte Michelangelo de Pieta die nog steeds in de Onze Lieve Vrouwekerk in Brugge staat. Met zijn werk documenteerde hij als het ware zijn eigen geschiedenis. Hij dateerde zijn schilderijen en maakte kaarten en stadsplannen. Ook zijn er contracten en opdrachten bewaard gebleven.
Waarschijnlijk kende hij het gedachtegoed van Erasmus. Je ziet duidelijk de Renaissance in zijn werk, het perspectief, het accent op de menselijkheid (en minder op het goddelijke, dat gezag moest inboezemen in de Middeleeuwen) en het idee van het humanisme, redelijkheid en soberheid.
Karel van Mander was op de vlucht in Brugge aangekomen en werd door Pourbus in Brugge rondgeleid. Volgens Paul Duvenne, die is gepromoveerd op Pourbus, was Jeroen Bosch een bekende voor de schilders uit die tijd.
Veel bezoekers zijn onder de indruk als ze de expositieruimte in de kapel verlaten. Ze hebben een nieuwe schilder leren kennen. Zo komt Pourbus steeds meer tot leven.

Tuesday, 20 February 2018

Bezoekersaantallen



Een trotse conservator Josephina de Fouw vertelde ons, de vrijwilligers van Museum Gouda, afgelopen week over de tentoonstelling over Pieter Pourbus. Geboren in 1523 of 1524, ging hij al snel naar Brugge en schilderde er triptieken, portretten en was ook cartograaf en waterstaatkundige. Ze vertelt over de ontdekte ondertekeningen, over de Van Belle -triptiek die voor het eerst Brugge na meer dan 450 jaar verlaten heeft. Van Pourbus zelf weten we niet veel meer dan wat Karel van Mander in zijn befaamde Schilderboeck (1604) meldde: in 1523 of 1524 geboren in Gouda, jong naar Brugge gegaan. Zijn vader was waarschijnlijk schilder, evenals zijn zoon en kleinzoon. Ook Vasari, de eerste Italiaanse kunsthistoricus maakt melding van Pourbus.
Na de tentoonstelling in Brugge over vergeten meesters, zet Museum Gouda Pieter Pourbus in de schijnwerpers.


De afgelopen tijd heb ik de verbouwing meegemaakt, de schilders, de opwinding bij de aankomst van de geleende schilderijen. Het is een feest om de schilderijen te zien. Hoog-Renaissance, zo mooi.
In de krant meldt de directeur te hopen op 25.000 bezoekers. Het lijkt me veel en help het hopen. Ik verheug me erop ze te ontvangen.
Het is onbekend wie deze vrouw is. Lang is gedacht dat het Queen os Scots Mary was. Het is uitgeleend door de National Gallery of Scotland in Edinburgh

Gisteren in het Cultuurnieuws van NRC las ik twee stukjes over enorme bezoekersaantallen. Marcel van Roosmalen ging met zij tweejarige dochter naar het Nijntje Museum en mocht niet naar binnen omdat het vol was en er op last van de brandweer geen mensen meer werden binnengelaten. Ernaast een artikel over de Jheronimus Bosch-tentoonstelling die het Noordbrabants Museum deed ontploffen. Het museum hoopte op 120.000 bezoekers per jaar en kreeg er in een paar maanden 420.000 voor Jeroen Bosch.
Het inschatten van bezoekersaantallen lijkt allemaal een beetje koffiedik kijken. De museumwereld is zo in beweging. Subsidiebedragen zijn teruggeschroefd, het was een tijd armoe troef. Museum Gouda verkocht in die tijd zelfs een Marlene Dumas. Nu worden publiekstrekkers georganiseerd en allerlei financieringsbronnen aangeboord. In ruil voor het lenen van een werk wordt het gerestaureerd of wordt een vitrine gemaakt. The Guardian noemde de tentoonstelling in Den Bosch een van de tentoonstellingen van de eeuw. Het Noordbrabants Museum hoefde de subsidie niet aan subsidiegever privincie Noord-Brabant terug te geven maar mocht de opbrengst investeren en maakte plannen onder de toepasselijke naam "nieuwe ambities". Wat een impuls. Het museum lijkt er beduusd van.
Ik weet het nog wel. Ik kreeg ook het gevoel dat ik de tentoonstelling in Den Bosch gezien moest hebben en was trots toen in de Accademia in Venetie was en er zag dat een aantal werken aan het Noordbrabants Museum waren uitgeleend.
Maar de pret werd een beetje bedorven door het idee een ticket met een timeslot te moeten kopen en voetje voor voetje langs de schilderijen te gaan schuivelen.
Ik hoop dat veel mensen van de prachtige schilderijen van Pieter Pourbus komen genieten en we een recordaantal bezoekers krijgen. En dat museum Gouda geinspireerd nog meer nieuwe tentoonstellingen gaat maken.
En ondertussen ga ik het liefst op een rustige morgen de Marskramer van Jeroen Bosch bekijken in Boijmans.