Showing posts with label Haagse School. Show all posts
Showing posts with label Haagse School. Show all posts

Monday, 27 May 2019

Het grijs van Gerard Bilders

Soms kom ik in mijn collectie oude kunstboeken een schilderij tegen dat bij ons in het museum, Museum Gouda, te zien is. Vandaag kwam ik er weer een tegen, een schilderij dat in bruikleen is van Museum Arnhem voor de tentoonstelling Buiten Schilderen.
Daar zie je wat technische innovaties voor impact hebben. Zowel in Frankrijk, Barbizon, als in Nederland, leidden twee volstrekt verschillende innovaties, de aanleg van spoorlijnen enerzijds en de uitvinding van de tube, ertoe dat schilders vanaf 1840 hun ateliers uitgingen, op de trein stapten en de natuur introkken om deze te schilderen.
In Oosterbeek was dat in 1841 Johannes Warnardus Bilders, een gedreven romanticus, die die dol was op de woeste natuur en die ging schilderen. Hij verzamelde jonge schilders om zich heen, die later de kern vormden van wat we de Haagse School, het Nederlandse impressionisme, zijn gaan noemen.
Tegelijk met de spoorlijnen gingen de nieuwe rijken van die tijd, vaak vermogend geworden in de industriële revolutie, "buitens" op het platteland betrekken. In Oosterbeek nam de schrijver Kneppelhout, nu nog enigszins bekend van zijn studentenverhalen die hij schreef onder het pseudoniem Klikspaan, zijn intrek in landgoed De Hemelsche Berg. Zijn vrouw en hij namen een aantal schilders onder hun hoede.

De schilders namen een reisezel en een verfkist met tubes mee. Tubes zijn een Amerikaanse uitvinding. De tubes waren zinken cilinders met verf, eerst aan beide zijden dichtgeknepen, later voorzien van een dop. Daar de verf in een buisje te bewaren droogde hij niet op en kon gemakkelijk meegenomen worden. En een hele vereenvoudiging nu er geen pigmenten meer gemengd hoefden te worden.

Gerard Bilders, geboren in 1838, woonde vanaf 1841 een aantal jaren in Oosterbeek. Zijn vader schilderde er. Dat was Johannes Warnardus Bilders, waar we het net al even over hadden. Hij was zo  romantisch dat hij de jonge schilders doopte bij de Wodanseiken bij Wolfheze.
Kneppelhout werd de mecenas van Gerard Bilders. Hij stuurt hem naar Zwitserland en steunt hem een  aantal jaren financieel. Gerard volgt tekenles en krijgt een vergunning om in het Mauritshuis te schilderen. Potter's Stier was zijn favoriet.

Gerard is onder de indruk als hij in Brussel een expositie van schilderijen van Franse schilders die buiten schilderden bezoekt. Het werk van bijvoorbeeld Troyon en Corot inspireert hem. Buiten schilderend ontwikkelt hij een credo: "Ik zoek naar een toon die wij 'gekleurd grijs' noemen, dat is: alle kleuren, hoe sterk ook, zodanig tot een geheel gebracht dat ze indruk geven van een geurig, warm grijs".
Heel anders dan het impressionisme in Frankrijk. Door de hevigheid van het licht en de atmosfeer leidde dit tot het pointilisme, het trillende, iriserende licht dat zijn regenboogkleuren over alles wierp. Maar ook de Franse impressionisten hebben Nederlandse inspiratie, ze hebben een 17e eeuwse meester als Ruysdael goed bestudeerd.

Mijn boek, 'De Haagse School' van Jos de Gruyter uit 1969, wijst op Bilders' schilderij 'Opheusden' en prijst de ingetogen sterke kleurstellingen en zijn ongedwongen weergave van de ruimte en van het verloop van het terrein.
Gerard werd maar 26 jaar. Schilder van aandoenlijke zuiverheid en sprankelende intensiteit.


Gerard Bilders schilderde het schilderij dat nu Weidelandschap bij Opheusden heet toen hij 22 was.

Nu te zien in Museum Gouda.

Tuesday, 17 October 2017

Kunst in de boeken

Toen ik verhuisde, gingen al mijn spullen door m'n handen. Alles inpakken. Veel spullen gingen weg, maar ik nam toch het een en ander mee.
Zoals de verzameling kunstboeken die ik van mijn vader erfde. Leuk van mijn pa, dat hij me dat naliet. Mijn zus wilde de vele jaargangen Openbaar Kunstbezit, waar onze interesse voor kunst ooit mee werd gewekt, ik de boeken. Tientallen boeken over kunststromingen, Romantiek, Impressionisten, de Haagse School, die een mooie aanvulling vormen op de mijne over Expressionisme, Middeleeuwse kunst en Renaissance. En boeken over schilders die wonderwel ook de mijne aanvullen.
Van die oude boeken, vaak met zwart-witplaten.
Toen Weissenbruch op z'n 75 ste een succesvolle tentoonstelling had in Amsterdam, ging hij voor het eerst op reis. Hij gaat naar het Franse Barbizon en maakt er schetsen in olie- en waterverf.

Met een paar, soms ingeplakte, kleurenfoto’s. De platen zijn voor mij vaak meer een toelichting of een verduidelijking als er ingezoomd wordt op details. De foto’s zijn soms kunst op zich. En ook de taal is bijzonder.

Foto van "Strand" uit 1887, dat het Haags Museum kocht voor 800 gulden.
Begonnen met de boeken over kunst-geschiedenis, lees ik nu steeds vaker de boeken over stromingen. En ze zijn nóg mooier dan ik verwachtte. Die oudere boeken staan vol met verhalen. Het gaat over de grote tentoonstellingen, waar de schilders doorbraken.
Maurice Denis schilderde 1900 "Hulde aan Cezanne". Het was te zien bij de Salon de la Nationale in 1901. André Gide kocht het.

En over hoe de schilders dachten en werkten.
Op het moment lees ik over Jan H. Weissenbruch. Een hoofdstuk in het boek “Haagse School” gaat over hem. Het is een boek van dr. Jos. de Gruyter uit 1968.
De inleiding is al een genot. Lees maar eens mee:

“The poetry of earth is never dead”
Keats

“Ik zoek een kleur, die wij gekleurd grijs noemen, dat is alle kleuren, hoe sterk ook, zodanig tot een geheel gebracht, dat ze den indruk geven van een geurig warm grijs” - “Om het sentiment van het grijze zelfs in het krachtigste groen te houden, is verbazend moeyelijk en die het uitvindt is een gelukkig sterveling”.
Bekende uitlatingen van Gerard Bilders in een brief aan zijn beschermer Kneppelhout uit 1860, die kenmerkend zijn voor de bedoelingen van de Haagse School. Zij wilden immers hun kleur laten uitgaan van een grondtoon, meestal een verzadigd grijs, waarop de andere kleuren werden afgestemd en die deze kleuren tot een geheel moest binden. Daardoor werden ze meer tonalisten dan coloristen. Voor Delacroix was grijs de “anti-couleur” en zijn mening kan het verschil met de Fransen niet duidelijker aantonen.”

In Museum Gouda, waar ik werk, hebben we de collectie (Paul) Arntzenius in beheer met voornamelijk Haagse School en School van Barbizon. Ik had zelf al eens een boek over Roelofs aangeschaft, nu kan ik ook lezen over Haagse School. Bezoekers vinden de schilderijen soms donker. Ik kan ze nu vertellen over het grijs, over de tonaliteit.

Ik lees dat Weissenbruch zei: “Wat is schilderen? Ik weet het niet. Je kunt het of je kunt het niet. En als je het kunt, wat een moeite, wat een worstelen! Nooit wordt het zooals je het in de natuur gezien hebt. De natuur zelf zou je op het doek willen hebben.”
En hij zei ook: “ Als ik geen klap van de natuur krijg, voel ik er niets voor!” Hij maakte een notitie in zwart krijt of houtskool en prentte zich in wat hij zag, voor een “herschepping in al zijn heerlijkheid”.

Arntzenius zocht naar de bezieling en verzamelde op die manier. Nu lees ik over die bezieling. En ik kan er elke vrijdag naar kijken.