Tuesday, 14 May 2019

Praten over kunst

Na een jaar rondleidingen geven, gaat het bijna vanzelf. Dat is heel prettig. Er is een gezonde spanning vooraf om gefocused te blijven en voldoende oog voor de groep zodat er ruimte is om op hun wensen in te kunnen gaan. Ideaal!

In juni komt er een nieuwe tentoonstelling in het museum waar ik de rondleidingen geef, Museum Gouda. De tentoonstelling heet Lage Landen, met werk uit het Rijksmuseum dat op reis gaat en vijf stadsmusea aandoet. Er komen tentoonstellingen met de thema's aarde, lucht, water en vuur, waarin de identiteit van Nederland wordt onderzocht. Eind juni is Lage Landen, schatten uit het Rijks te zien in Gouda. Veertig schilderijen uit het Rijksmuseum en werken uit de vaste collectie van het museum. En een hedendaagse auteur en kunstenaar/ontwerper geven invulling aan het thema. Er hoort ook een nieuwe manier van rondleiden bij. Als je de cursus daarover hebt gevolgd mag je de rondleiding geven. Deze week was de aftrap.


Lage landen, schatten uit het Rijks is nu in Stedelijk Museum Zutphen te zien



Het uitgangspunt is dat de bezoekers vertellen wat ze zien. Bij zeg maar een traditionele rondleiding vertelt de rondleider. Je vertelt van alles. Je geeft achtergrondinformatie, over het ontstaan van de tentoonstelling, je vertelt de titel van het schilderij, over de kunstenaar, over de stroming en de periode, je laat ander werk zien. Je stort heerlijk alles wat je weet over de groep heen. Soms ontstaat er een gesprek, soms niet.

De nieuwe methode heet vts, wat staat voor visual thinking strategies. Bij de nieuwe methode staat het gesprek centraal. Ik was er benieuwd naar, want het is jammer als het alleen om kennisoverdracht gaat, de beleving van kunst is juist zo fijn. Deze nieuwe methode heeft als uitgangspunt dat het formuleren van wat je ziet en beleeft, de ontwikkeling van je denken stimuleert. Het is eigenlijk niet alleen een uitgangspunt, het is bewezen. Er is een aantal fases en het is de kunst aansluiting te vinden bij die van de deelnemers.

Dat doe je door een drietal simpele vragen te stellen en te parafraseren. Makkie, zou je denken.
Eerst werd de theorie toegelicht en daarna gingen we oefenen. Pff, wat wat was dat moeilijk. En dan was het nog een makkelijke groep van collega-rondleiders die ook net de cursus hadden gevolgd en dus wisten wat de bedoeling was. Ik had zo de neiging om toe te lichten, te vertellen. Wat er uitkwam was verrassend en mooi.
Mensen die rondgeleid willen worden, kunnen kiezen op welke manier de rondleiding wordt gegeven. Ik hoop dat er veel belangstelling komt voor de vts-rondleidingen, dan kan ik veel oefenen. Dat wordt op mijn tong bijten, maar ik verheug me op wat we allemaal gaan zien!

Monday, 29 April 2019

Theo Colenbrander, schilder van keramiek

In de Mesdag Collectie vallen ze op: de vazen en pullen van Theo Colenbrander (1841 - 1930). Kleurrijk met grillige decors. Geabstraheerde vormen uit de natuur, niet-symmetrisch, maar met een mooie vlakverdeling.




Nu hebben we in Museum Gouda door Colenbrander beschilderde biscuits, dat is aardewerk dat een keer is gebakken.

Colenbrander werkte een jaar voor Plateelbakkerij Zuid-Holland in Gouda. Hij woonde in Hotel De Pauw in Arnhem. Een koerier bracht hem de matte vazen. Hij tekende er vormen op met potlood, beschilderde ze met aquarelverf en zette aanwijzingen op de onderkant. De koerier vervoerde ze weer naar Gouda, waar Van der Ham de ontwerpen overnam en de tweede ovengang plaatsvond.

Een beschilderd biscuit en de tweemaal gebakken pul
Colenbrander was met ruzie vertrokken bij Plateelbakkerij Rozenburg in Den-Haag. Hij was eigenzinnig en compromisloos ook toen zijn werk weinig werd verkocht.
Hendrik en Sientje Mesdag waren naast schilders ook zakenmensen en kunstverzamelaars. Hendrik was aandeelhouder van de NV Rozenburg en ze besloten veel werk van Colenbrander aan te kopen. Een groot deel is bijeengebracht in hun museum Mesdag Collectie.

Colenbrander's ontwerpen waren bewerkelijk, hij kon zo maar 10 soorten geel gebruiken op een vaas. En hij was kritisch. Bij een bezoek aan de fabriek zei hij tegen een medewerkster die aan een van zijn ontwerpen werkte: "Ga eens opzij". Ze stond op en hij sloeg de vaas kapot met zijn stok. Ze was er al een week mee bezig.



Ook in Gouda kwam er gedoe. Colenbrander was niet tevreden over de kwaliteit van het resultaat, een nieuwe techniek waarbij eerst werd geglazuurd en het decor op het glazuur werd aangebracht. Maar ook nu bleek de verkoop niet goed te lopen.

Colenbrander was niet bang uitgevallen. Na zijn periode bij Rozenburg was hij aan de slag gegaan als ontwerper van tapijten, interieurs en boekbanden. Hij woonde in hotels als de zaken goed gingen, in mindere tijden in pensions. Ondanks zijn humeurigheid had hij een schare fans opgebouwd. Eerder al de Mesdags, maar na zijn tijd in Gouda financierden vrienden een eigen fabriek voor hem. Plateelfabriek Ram in Arnhem beschikte over de beste klei, baktechnieken en verven. Colenbrander werd geen stroobreed in de weg gelegd. Bijzonder voor een auto-didact, die inmiddels de 80 gepasseerd was.
Hij was als jonge man in de leer geweest bij de stadsarchitect van Doesburg en was aan het werk geweest bij de Wereldtentoonstelling in Parijs. Daar ontmoette hij kunstenaars en besloot later decors te gaan ontwerpen voor keramiek. Nu wordt hij gezien als de eerste industrieel ontwerper, een pionier op het gebied van art-nouveau. Hij gaf als eerste zijn ontwerpen namen, zoals 'Dwarrel', 'Warrig' 'Woest en ledig' en 'Kantwerk'.
Na drie jaar wilde de directie van Ram ook andere ontwerpen in productie nemen, want er werd niet veel verkocht. Colenbrander pikte het niet en stapte op..


Tuesday, 26 March 2019

Hockney's schilderkunst is springlevend!

Het lijkt soms of schilderkunst iets van vroeger is. Anything goes, natuurlijk, kunstenaars kiezen zelf hun vormentaal. Er is geen Ecole des Beaux Arts meer, die voorschrijft hoe het hoort. Mijn laatste docenten bij schilderclubjes zeiden, toen ik vroeg wat ze zelf maakten: "Nee, schilderen, dat doe ik eigenlijk niet meer, ik ben verdergegaan." Schilderen te beperkt?

Bij conceptuele kunst mis ik vaak het pure plezier van het kijken, Het gaat via je hoofd, je begrijpt het meestal pas als je het verhaal of de filosofie erachter kent. Dat kan heel mooi of indrukwekkend zijn trouwens.

Vorige week zag ik de landschapsschilderijen van Hockney (Joy of Nature, Van Gogh Museum). Het was zooo mooi! Ik werd er zo blij van! Hockney vertelt bij interviews dat ook tegen hem gezegd werd dat het schilderen van landschappen iets van vroeger was. Hockney vertelt dat de natuur er altijd is en nooit verveelt. Toen hij, na lang in in Californië gewoond te hebben, de seizoenen weer ervoer in zijn vaderland Engeland, moest hij het schilderen. De vormen, de ritmes, de kleuren, het licht, de seizoenen. Hockney's schilderijen zijn een ode aan het landschap en aan de schilderkunst. En aan het kijken.
Maar Hockney zou Hockney niet zijn als hij dat niet op zijn eigen manier deed. Je ziet dat hij Van Gogh bewondert, maar het is ook helemaal van nu. Het viel me vooral op bij de vier seizoenen. Eén plek vier maal geschilderd, maar zó anders, dat ik pas na een tijdje zag dat het steeds dezelfde plek was.

Woldgate Woods Herfst 2006


Hockney is al lang actief, hij brak door met zijn pop art, zoals de zwembadschilderijen, waarvan er één onlangs voor een astronomisch bedrag verkocht is. (ik schreef er de blog ´Nieuw woord schilderijtrailer´ over). Hij heeft veel meer geschilderd, maar is nog lang niet uitgekeken op de landschappen. Omdat het `klassieke perspectief´ hem benauwde ontwikkelde hij een techniek om meerdere perspectieven te laten zien, zoals wanneer je buiten loopt, zodat je veel meer ín het schilderij bent. Hij maakte er ook fotobeelden van, waar je voelt dat je in de omgeving wordt opgenomen als er dichtbij staat. Een geweldige innovatie!
Ja, hij gebruikt ook foto´s, Ipad~tekeningen en houtskool, allemaal krachtige beelden, met veel plezier en ogenschijnlijk snel gemaakt.

Woldgate Woods, zomer 2006
  Binnenkort gaat hij de kust van Normandie op het doek zetten. Hopelijk weer op van die grote doeken, die hij in Engeland maakte. Hij ging er mee naar buiten, geassisteerd, want in je eentje is dat geen doen.  En hopelijk laat hij `de verf  weer kallen, alsof vanochtend de lente doorbrak´, zoals Wieteke van Zeijl zo mooi zegt in De Volkskrant.
 
De seizoenen. Grote beelden van verschillende foto´s

Tuesday, 19 February 2019

De spinnen van Louise Bourgeois

Louise Bourgeois maakte sculpturen van levensgrote spinnen, die vaak `Maman` heten. Ze staan op een aantal plekken in de wereld. Ik zag er vorig jaar een paar in het MoMa van San Francisco. Ikzelf denk bij spinnen helemaal niet aan moeders, ik ben niet echt bang voor ze, maar ze moeten niet ineens op mijn blote arm vallen. Hun webben zijn natuurlijk prachtig, zeker als er dauw op zit en als je ziet hoe sterk ze zijn, als de wind vat op ze heeft. En het is mooi om te zien hoe de spin vliegensvlug een gat repareert. Mijn eigen moeder deed me eerder denken aan een edelhert, met fluwelen ogen, een warm, zacht lichaam, een prooidier in een groep en op haar hoede. En hoe mijn kinderen mij als moeder zien? Mmm, geen idee! Je moeder zien als een spin, het wekte mijn nieuwsgierigheid.

Ah, Bourgeois' vroeggestorven moeder stond aan het hoofd van de reparatie-afdeling van de weverij van haar ouders, las ik. Ze restaureerde ook antieke wandkleden, dus ja, iets met draden en weven, daar kon ik me iets bij voorstellen.


The Nest uit 1994


En Bourgeois karakteriseerde spinnen als bijzonder slim, ijverig en krachtig beschermend. Die eigenschappen bewonderde ze in  haar moeder en streefde ze zelf ook na.
Ze identificeerde zich ook met spinnen in haar eigen werkwijze. Ze gebruikte het beeld van de spin die een beschadigd web repareert. Deze cyclus van maken, beschadigen en vernieuwen gebruikte Bourgeois zelf ook. Vrouwelijke spinnen hebben niet altijd een goed imago, ze steken, ze doden. Louise Bourgeois wilde de spin rehabiliteren. 


Er stonden in San Francisco een paar spinnen bij elkaar, van verschillende grootte. Onder één ervan kon ik staan, dat voelde prettig aan. Ineens zag ik het rek weer, waar mijn moeder de kleden op uitklopte en waar ik onder ging zitten, me beschermd voelde en de doffe klappen hoorde van de mattenklopper. Een witgeverfd rek met ronde, zwartgeverfde uiteinden. Wat zou ermee gebeurd zijn? Bestaan die dingen überhaupt nog?

De spinnen waren van metaal. Ik zag plaatjes van andere spinnen met gevlochten mandjes onder hun lijf met eieren erin. Er staat er een boven het graf van James Ensor. Maman waakt over het graf en is een ode aan de artistieke vruchtbaarheid.

Spiralen van Louise Bourgeois. Ze waren afgelopen zomer te zien in Museum Voorlinden in Wassenaar.
Louise Bourgeois' kunst verwijst naar haar leven. Ze vertaalt wat ze meemaakte.Thema´s als een tirannieke vader, maar ook iets als pleinvrees, zie je terug in universele thema's zoals angst, seksualiteit, onthechting en de relatie tussen vrouwen en mannen.
Ze maakte ook spiralen, die enerzijds verwijzen naar de draden in de weverij van haar ouders en anderzijds een symbool zijn van de de eeuwigheid van het leven.

Louise Bourgeois werkte haar leven lang gestaag door. Ze was afkomstig uit Frankrijk en zei dat haar kindertijd nooit zijn magie had verloren, net zo min als zijn drama. Ze woonde sinds 1938 in de VS. Ze heeft een groot oeuvre nagelaten van beelden, installaties, tekeningen, schilderijen en grafisch werk. Haar werk kenmerkt zich door de psychologische gelaagdheid, met emotionele spanning. Ze maakte ook afbeeldingen van moeders en dochters, waarin ze de mooie kanten liet zien, de toewijding en bescherming, maar ook de schaduwzijde zoals je schuldig voelen, woede en angst om verlaten te worden of om te falen. Hm ja, als (destijds) full time werkende moeder zijn dat  herkenbare aspecten van het moederschap.


Bourgeois zocht de publiciteit niet op. Na haar zeventigste kreeg erkenning. Ze overleed in 2010 op 98-jarige leeftijd.






Thursday, 31 January 2019

De surrealistische wereld van Jan Svankmajer

Een van de leukste dingen aan andere mensen is dat ze anders zijn. Mijn zoon Mark is echt een kind van mij, dat zie je zo, en ook helemaal zichzelf. Hij nodigde me uit naar Eye te gaan. Naar Jan Svankmajer, The Alchemical Wedding. Eigenlijk hoort er een dakje op de s, het is een Tsjech. Van Mark z'n voorliefde voor Tsjechische filmmakers was ik al wel op de hoogte, nu kon ik kennismaken met een van zijn idolen.

Toen Eye zich vestigde in 2012 kon ik me niet zo veel voorstellen bij een filmmuseum. Films moet je toch gewoon zien! En als je een film goed vindt, ga je er gewoon zo veel mogelijk zien. Ik was dan ook nooit verder dan het terras van het gebouw in het Vondelpark gekomen, waar voorheen het filmmuseum was.
Een prachtig gebouw aan het IJ, Noord op de kaart, ja dat zag ik allemaal wel. Een collectie camera's oke, maar pakweg twintig films zien?
Ik ging wel natuurlijk, de bedenkers hadden vast betere ideeen dan ik. Maar aan het eind van de Fellini-tentoonstelling was ik toch een beetje Fellini-moe. En dat leek me niet helemaal de bedoeling van een cinematografisch museum. Maar dat was 2013. Sindsdien zag ik vorig jaar Alex van Warmerdam en nu dus Jan Svankmajer.
Van Warmerdam is een gezamenlijke liefde van Mark en mij. Bij multitalent Van Warmerdam zag ik meer van zijn beeldend werk, ik had altijd wel de affiches van de films bewaard en zag nu ook heel mooi geschilderd werk en installaties. En ineens naast de beklemming al die gewelddadige scenes met vrouwen, spooky! De affiches hangen nu trouwens boven het bed van mijn zoon.

Van Svankmajer zag ik van tevoren wat stop-motionfilmpjes op youtube en Mark vertelde me dat de animaties in de tv-programma's van Monty Python op hem geent waren. In Eye gingen we die afgesloten tentoonstellings-ruimte in. Het had op mij het effect alsof ik in een parallelle surrealistische wereld stapte. Films natuurlijk, schilderijen, wonderlijke dieren, Wunderkammers, laatjes met ondefineerbare inhoud, we kwamen ogen tekort. Mark was al er al eerder eens geweest, had niet alles kunnen zien in een keer. Svankmajer laat de ziel van dingen zien. Het was of ik in zijn hoofd zat, in het hoofd van een ander met heel andere obsessies dan ik en het was allemaal volkomen begrijpelijk wat ik zag. Ultiem escapisme, lijkt het, met humor en een onderstroom van machtsmisbruik.


Arcimboldo-hoofden (ook een Tsjech), die desintegreren en transformeren in stop-motion

Een opgezette vos met een schijf van steen ter afsluiting van zijn romp, halverwege zijn lijf en kop


Het innerlijk verbeeld met automatisch tekenen, met versieringen, die zich ook in ons innerlijk moeten bevinden, volgens Svankmajer.

Ontbijt gezien als arbeidersklasse, lunch als middenklasse en diner als elite. Een man die een voetbalwedstrijd volgt op teve en alle mensen blijken hijzelf te zijn en het aantal doden bepaalt de stand. Hoofden van klei die elkaar verslinden, fantasiedieren die er bedrieglijk echt uitzien; een man in huis tegen wie alle dingen zich keren, laatjes met bezielde inhoud die Svankmajer verzorgde en koesterde om onheil te bezweren. Ik zag weinig kleur, maar zorgvuldig gemaakte vormen, die commentaar geven op de wereld en laten zien wat de maker doet om stand te houden in het dagelijks leven.
Wat van meet af aan duidelijk is is hoe ongelooflijk creatief deze man is. Toen zijn films verboden werden - in de communistische tijd- ging hij schilderen en collages maken. En hoewel hoogbejaard, werkt hij nog steeds.

Op een bankje bij een film, zat je in een zuil van geluid, de muziek kwam uit de bank en van boven. Er was veel te beleven, maar hierdoor en de uitgekiende uitlichting en opstelling kon je je goed focussen. Mark zag weer heel andere dingen dan ik, fascinerend! Een van de leukste dingen aan kunst is meegenomen worden in een andere wereld.


Thursday, 10 January 2019

Antoine Vollon en zijn revolutionaire stillevens





Het spraakmakende schilderij heet kortweg Courge

Met dit schilderij zorgde Antoine Vollon (1833-1900) in 1880 voor een sensatie. Een oranje pompoen met vaag een ijzeren pot en koperen pan en een bruine achter- en ondergrond. De pers smulde ervan.
"Dode natuur getransformeerd in levende natuur door de magische toverstaf van het penseel van de schilder", kopte een krant.
De Franse Salon schreef in die tijd voor hoe en wat er geschilderd moest worden. Je hoorde historiestukken of figuren te schilderen in een ambachtelijke techniek. Het stilleven stond in laag aanzien, maar was ondertussen heel populair bij het publiek. Vollon schilderde vooral stillevens en dat herinnerde de Fransen aan de populaire 18e eeuwse Chardin. Chardin en Vollon waren erg in trek.
Er ontstond een strijd tussen de strenge wetten die studenten aan de Ecole des Beaux Arts leerden en golden in de Salon en het groeiende publiek dat zich schilderijen kon veroorloven en ging kopen.
En dan had je nog de impressionisten die in 1863 onder aanvoering van Monet een Salon des Refusés hadden georganiseerd. Daar waren schilderijen te zien die niet door de selectie van de Salon waren gekomen, ze waren botweg geweigerd. Antoine Vollon was een van hen. Die eerste Salon des Refusés flopte, maar was het begin van een radicaal andere weg in de schilderkunst.

Vollon was een interessante figuur in deze turbulente periode. In 1863 dus deelnemer aan de Salon des Refusés, erna exposeerde hij jarenlang bij de traditionele Salon. En hij zat vanaf 1870 dertig jaar in de jury van die Salon. Als jurylid bepaalde hij de standaard van artistieke uitmuntendheid. Als exposant was de Salon vooral een middel om zijn werk te verkopen.

In de Salon hingen de wanden vol schilderijen. Ze waren in de loop der tijd steeds groter geworden om de aandacht trekken. Maar wat deed Vollon? Hij maakte geen groter schilderij, maar temidden van de historiestukken en klassieke poses spatte de pompoen van de wand. "Vuurwerk!, de pompoen verplettert alles om hem heen", jubelde de pers. "Het kan meteen in het Louvre opgehangen worden", schreef een ander. Dit effect, daar was het Vollon om te doen. Het zette de standaard.
Hij herhaalde dit kunststukje door een homp boter te schilderen. Volgens critici was het alsof hij het met boter had geschilderd.

Te zien in de National Gallery of Arts in Washington

De tentoonstelling Van Gauguin tot Toorop in Museum Gouda begon met drie schilderijen van Antoine Vollon. De tentoonstelling, een selectie uit de verzameling van Veendorp, is chronologisch opgebouwd, van Vollon (1833-1900) tot Willink.

Vollon kwam uit een familie van handwerklieden en begon te werken als decorateur van pannen. Maar omdat hij smoorverliefd was op schilderen, zoals hij zelf zei, ging hij alsnog naar de kunstacademie, de Ecole des Beaux Arts, waar hij leerde schilderen volgens de regelen der kunst. Geïnspireerd door de 17e eeuwse stillevens van Hollandse meesters, was hij op zijn beurt inspirator van de impressionisten. Ze bewonderden zijn losse stijl en hoe hij de huid schilderde, suggereerde, de textuur. In de collectie Veendorp zijn vooral de perziken daar een mooi voorbeeld van. Ze lijken uit het schilderij te komen en je voelt als het ware de fluweelzachte schil.
Verzamelaar Veendorp had oog voor kwaliteit. Hij viel voor verstild werk en hij vond dat een schilder alles wat hij/zij kan, kan laten zien in een stilleven. Door deze tentoonstelling ben ik opnieuw naar stillevens gaan kijken.

De collectie Veendorp is weer terug naar Groningen. Gelukkig kondigde de directeur van Museum Gouda de tentoonstelling "Stilleven! Van Vincent van Gogh tot Erwin Olaf" aan. Dat wordt smullen.
Zou er een Vollon bij zijn? Ik hoop het. Maar geen nood, zijn schilderijen zijn nog voor minder dan € 10.000 op de markt.

Tuesday, 27 November 2018

Kunst van vrouwen uit de jaren 80; lang geleden.

"Ja, en wat is nu de boodschap; het statement tegen mannen?", vraagt een mevrouw me terwijl we kijken naar werk van Dorian Hiethaar. Hiethaar schildert het bos dat ze sinds haar jeugd kent. Nu, zo'n dertig jaar later, schildert ze het nog.
Ik kijk de mevrouw aan. " Nou, Josine de Bruyn Kops kocht in de jaren 80 kunst van vrouwen aan om hen een podium te bieden", begin ik. "Ja, ja, dat is toch achterhaald", zegt een andere mevrouw. Ik haal mijn Ipad tevoorschijn en laat recent werk van Dorian Hiethaar zien. "O, wat mooi", hoor ik. "Kijk hier begon het mee, ze heeft zich verder kunnen ontwikkelen, ziet u wel?"

Vroeg werk van Dorian Hiethaar in Museum Gouda

Recent werk van Dorian Hiethaar. Ze woont in Joppe bij haar lievelingsbos.

Tijdens de rondleiding van een tentoonstelling met impressionisten meld ik wel even dat vrouwen toen niet toegelaten werden op Kunstacademies. Maar goed dan hebben we het over eind 19e eeuw.
Vorige week vertelde Liesbeth Brandt Corstius, voormalig directeur van Museum Arnhem over haar vriendschap met Josine de Bruyn Kops, voormalig directeur van Museum Gouda.
Ze waren studiegenoten en bezochten eind jaren 70 een tentoonstelling van jonge kunstenaars in Parijs. Ze zaten later op een terras en constateerden dat er geen enkele vrouwelijke kunstenaar bij de tentoonstelling was. Ze konden ook niet echt vrouwelijke kunstenaars noemen van wie werk te vinden was in musea.
Ze besloten er iets aan te doen.

Dus toen Josine de Bruyn Kops directeur van Museum Gouda werd, voegde ze de daad bij het woord en kocht kunst van vrouwen aan.

Ik vertel in mijn rondleiding dat Marijke de Goey dertig jaar geleden "Dansend Vierkant" maakte, dat aan de snelweg bij Arnhem staat. Liesbeth Brandt Corstius had haar als jong talent in het lijstje kandidaten opgenomen.

Marijke de Goey's werk bij Arnhem, "Dansend Vierkant".

Er staat nu werk van haar over de hele wereld.

Marlene Dumas behoort tot de top en behoeft geen toelichting.
Bettie van Haaster ontving de Jeanne Oostingprijs 2018; de jury prijst haar ingetogen en fonkelend oevre. Haar kleurenpalet uit haar vroege werk zie je terug in het gelauwerde "Lichaam" uit 2017.

Bettie van Haaster in Museum Gouda

"Lichaam' uit 2017, bekroond met de Jeanne Oostingprijs 2018.

Maria van Elk ging aan de Aki in Enschede studenten begeleiden bij het maken van conceptuele kunst. Stansfield en Hooykaas maakten videokunst van een stromende rivier en bomen, nu maken ze gevelkunst.



Gabriëlle van de Laak maakt prachtige werken, geabstraheerde vrachtschepen in een rivier, 3 dimensionale illusies, nog steeds herkenbaar vanuit het vroege werk.

Spelen met illusie en 3D. Recent werk van Gabriëlle van der Laak
Gabriëlle van der Laak in Museum Gouda


De vrouwen die ik rondleid noteren de namen. "Interessant", zeggen ze. Ik verwijs ze naar een recent artikel in het Financiële Dagblad met de titel: "Daar komen de vrouwen". Toen ik de titel zag dacht ikzelf ook: die zijn er toch al lang?"

Maar toen een werk van Jenny Saville laatst $ 9 miljoen opbracht en het de hoogste prijs voor een kunstwerk van een nog in leven zijnde kunstenares bleek te zijn, begreep ik het: dat idee van een podium van Josine de Bruyn Kops en Liesbeth Brandt Corstius was zo gek nog niet. Pasgeleden bracht "Portrait of an artist" van David Hockney $ 90 miljoen op. De hoogste prijs voor een werk van een nog levende kunstenaar. Daarbij verbleekt de loonkloof tussen vrouwen en mannen.

De tentoonstelling in Museum Gouda bevat vroeg werk van een aantal meesters. Hou ze in de gaten!